Smeding Lastechniek

 
 

Wetenswaardigheden lasrook

Wat is Stof/Rook?

Het hier gebruikte begrip voor stof/rook betekent de hoeveelheid verdeelde
vaste partikels in de lucht, die onder andere bij mechanische processen zoals lassen ontstaan. Men maakt over het algemeen onderscheid tussen grof stof en fijn stof. Fijn stof kan men verder onderverdelen in de categorieën E-stof (inadembaar stof), A-stof (alveolenbereikend = longenbereikend stof) en U-stof (ultrafijn stof). In regel wordt stof/rook onder een partikelgrootte van 10 μm als fijn stof beschouwd. Ook lasrook, soldeerrook en olienevel vallen in de categorie fijn stof. Daar hun partikelgrootte 1 μm niet overschrijdt behoren ze tot de fractie van de A-stofpartikels en verdienen bijzondere aandacht wat betreft de gezondheid.


Wanneer ontstaat stof/rook?
In de lastechniek ontstaan stof/rook en daarbij schadelijke stoffen
 
door het gebruik van
►Grondstoffen
►Toevoegmaterialen
►Verontreinigingen
►Omgevingslucht

bij processen als
►Verdampen
►Condensatie
►Oxidatie
►Ontbinding
►Pyrolyse
►Verbranding

Waarom is stof/rook gevaarlijk?
Over het algemeen kan ieder soort stof in hoge concentraties en langdurige opname tot aandoeningen van de ademwegen leiden (bronchitis, obstructieve bronchitis). Stof/rook is echter vooral dan gevaarlijk wanneer er gevaarlijke stoffen aanwezig zijn. Afhankelijk van het resultaat van de beoordeling van het gevaar schrijft de GefStoffV voor, dat beschermingsmaatregelen volgens een
beschermingsklasseconcept moeten genomen worden:

Beschermingsklasse 1
Bij gering gevaar moeten de wezenlijke maatregelen volgens § 8 GefStoffV (beschermingsklasse 1) genomen worden. Deze zijn bv.:
►Zuiverheid op de werkplek
►Geen levensmiddelen op de werkplek
►Beschermende kleding gebruiken
►Beperking van gevaarlijke stoffen tot
de noodzakelijke hoeveelheid
De beschermingsklasse 1 moet bij het
lassen altijd vervuld worden
(s. TRGS 500).

Beschermingsklasse 2
Zijn de wezenlijke maatregelen van de beschermingsklasse 1 bij de omgang met gevaarlijke stoffen niet toereikend, zijn bijkomende maatregelen volgens § 9 GefStoffV (beschermingsklasse 2)
vereist:
►Substitutie
● Gevaarlijke stoffen vervangen door stoffen, toebereidingen of producten, die voor de gezondheid en zekerheid minder gevaarlijk zijn
● Ander proces kiezen (vb. TIG-lassen in plaats van MIG-, MAG-lassen
►Vaststelling van de belasting (expositie) Vermindering van de belasting door plaatselijke aanpassingen

Beschermingsklasse 3
Bij giftige (T) en zeer giftige (T+) stoffen en wanneer beschermingsklasse 2 niet toereikend is, moeten de maatregelen van de beschermingsklasse 3 gebruikt worden. Bijkomende maatregelen
volgens § 10 GefStoffV zijn
►gesloten systemen resp.
toegangsbeperkingen vereist
►Als voorbeeld is hier het lassen van verzinkt- en bekleed materiaal te vermelden


Beschermingsklasse 4
Bij werkzaamheden met kankerverwekkende, genoomveranderende of vruchtbaarheidsgevaarlijke stoffen moeten aanvullende beschermingsmaatregelen bij overschrijding van de arbeidsplaatsgrenswaarden volgens § 11 GefStoffV (beschermingsklasse 4), in acht genomen worden.
►Begrenzing van de gevarenzones
►Terugvoer van zuivere lucht in uitzonderlijke gevallen (s. TRGS 560) De beschermingsklasse 4 moet o.a. bij het lassen van chroom-nikkel-staal vervuld worden.

 

Wetenswaardigheden lasrook